zondag 19 augustus 2012

Pukkelpop 2012 @ Kiewit

Fotoverslag : Pukkelpop

Pukkelpop 2012 zullen we maar ‘Pukkelpop 2.0’ noemen.  Het lijkt alsof iedereen, organisatie inclusief, dit als een soort reboot wil zien. Schoon schip maken of zoiets ?  Al was dat niet echt nodig, toch niet omdat er nergens schuld ligt bij de storm-editie van vorig jaar.  Maar we kunnen ons wel iets voorstellen bij een nood aan een positieve vibe voor deze editie.

Die was er ook, al vanaf je het terrein betrad merkte je gewoon dat het festival helemaal terug was.  In ieder detail kon je een enorm gevoel van gastvrijheid opmerken.  De badges die de medewerkers droegen met ‘So Good To See You’ erop in vrolijke letters, de kleuren van de tenten, doorgetrokken naar de gehele terreindecoratie en vooral, ja toch, de festivalgangers zelf.  Er heerste een bijzonder fijn sfeertje, en het mag duidelijk zijn, deze editie mocht opnieuw over muziek gaan.
We bekijken PkP altijd een beetje als een winkeltocht van drie dagen. Veel ga je zoeken naar producten die je nog niet of nog niet zo goed kent.  Af en toe stop je bij een zekerheid.  We trokken er in gezelschap van een fotografe op uit en vonden veel fijne bandjes terug, soms goed verstopt in veel te warme tenten, maar op een uitzondering na was het altijd fijn winkelen.
Rizzle Kicks
Eerste halte op donderdag : de mainstage, omdat het zo vlakbij is, voor ‘Rizzle Kicks’, Britse hiphop uit Brighton rond het tweetal Jordan Stephens en Harley Alexander.  Ze vonden de weg naar de muziekindustrie dankzij youtube video’s en de hierdoor opgewekte interesse van Island records.  De band is sterk in het maken van video’s en proberen bij zowat iedere track die ze op een album parkeren een video te maken.  Dat lukt aardig, en resulteert ook live in een behoorlijk grote kennis hoe je een live act dient te visualiseren.  Ze houden onze interesse vast voor een dik halfuur en zetten nauwelijks stereotiepe hiphop clichés op dat toch wel grote podium neer.
Iets wat een klein uurtje later Snoop Dogg wel zou doen voor een van zijn laatste hiphop optredens. Het zal reggae worden in de toekomst voor Snoop.  Die dan ook nog zichzelf in Snoop Lion herdoopte.
Intussen speelden de Ijslanders van Of Monsters And Men in de Marquee niet het verhoopte feestje bij elkaar.  Het hitje ‘Little Talks’ zat op het einde van de set die voor de rest veel te weinig spankracht had om tot dat moment te wachten. 
The Horrors
Een lot wat eigenlijk ook de Horrors beschoren was, we passeerden er kort, en het klonk trager en geforceerden dan we hadden gehoopt.  De Britten hadden hun befaamde shoegaze thuis laten liggen, en worstelden zichtbaar met de warmte.
Chromatics
Maar het leuke is dat er op PkP altijd wel ergens anders een band speelt op het moment dat degene waar je naar staat te kijken begint te vervelen.  Chromatics bv in de Castello.  Al vier albums uit, en nog veel te onbemind.  Sinds hun debuut in 2003 toch al is de band gaan evolueren van post punky lo-fi  naar een bredere soundscape sound.  Hun recentste ‘Kill For Love’ staat vol hypnotizerende nummers waar Cocteau Twins en New Order de inspiratie lijken te zijn.  Live laten ze echter die bijzondere sound zowat achterwege, en laten ze die heerlijk zwevende nummers vergezeld gaan van een zinloze beat.  Dit maakte hun optreden niet meteen het hoogtepunt van de dag waar we een beetje op gehoopt hadden.  Zeker niet onaardig, maar dat beatje hoefde zeker niet.
Hoogtepunt van de eerste PkP-dag was zeker niet Björk, al was het waarschijnlijk allemaal zeer conceptual-art gewijs verantwoord wat ze op dat podium neerzette, maar het boeide ons voor geen meter.  Het publiek aan de mainstage droop dan ook gestaag af, net als wij op zoek naar een treffendere afsluiter voor die dag.
The Big Pink
Die vonden we ook niet in The Big Pink, die nochtans voortreffelijk, en wel degelijk zwaar shoegaze uithalend, openden met ‘Velvet’ uit hun debuutalbum. Maar meteen erna werd teruggegrepen naar dat verschrikkelijke tweede album en kreeg ook de club niet meer dan een paar honderd belangstellenden voor de hardwerkende Schotten.
Waar zat iedereen dan ?  Wel, in een tjokvolle Marquee voor Feist.  Die eigenlijk een oneerlijk gevecht leverde tegen de bonkende boiler.  Dit resulteerde eigenlijk in een bizar Feist concert, niet meteen ingetogen, en zelfs voorzien van bindteksten.  Ze hield alles zo up tempo mogelijk, en deed dat uitstekend.   Als je Mastodon kan coveren met verve, dan kan je ook tegen die storende boiler op.  Feist op PkP leek nog het meest op een performance van haar oude Broken Social Scene.  Niet qua songs uiteraard, maar de attitude mocht er zeker zijn.  Een zeer fijne afsluiter van een uitstekende eerste dag.

De vrijdag startte met het net missen van Freaky Age, en dat was te oordelen naar wat we in de verte hoorden toch minstens een beetje jammer.

Vondelpark
Beginnen deden we wat later, je komt altijd zoveel volk tegen op PkP dat praatjes slaan een niet onbelangrijk onderdeel is van het event.  Maar toch, we zijn hier om zoveel mogelijk bands te zien, en om een valse start goed te maken vertrekken we op survivaltocht richting Castello voor ‘Vondelpark’.  In tegenstelling tot wat de naam laat vermoeden geen Nederlanders, maar Britten die veel mosterd zijn gaan halen bij Joy Division. Zoiets wekt altijd onze interesse op.  In een bloedhete Castello maakten we die vaststelling alleszins niet, een en ander klonk eerder prettig fris en geenszins gebonden aan Division dogma’s.  De zanglijn lag misschien nog iets in de buurt van wat Ian Curtis zou geproduceerd kunnen hebben, maar verder heeft de band een duidelijk, zelfs unieke, eigen sound ontwikkeld waarnaar het zeer prettig luisteren is.  Ook bij een temperatuur van tegen de vijftig graden.  Het is dan net zo prettig als je de tent terug uitloopt, en terecht komt bij een goeie dertig graden, dat het lekker fris aanvoelt.
Ondanks dat de affiche in de tenten veel lekkers te bieden heeft besluiten we voor het eerst in 27 jaar de PkP randanimatie te gaan bekijken. Het is gewoon te warm in de tenten, en de mainstage heeft tot de avond valt niet zo heel veel te bieden.  We passeren de Petit Bazar, waar het prettig foute boel is en Batamatiq waar we een heus privé feestje krijgen aan onze tafel.  Iemand trapt zich pleuris op een fiets die aangesloten is aan een ‘sfeer-o-meter’ en we proberen onze fotografe in te wisselen bij Rent-a-friend.  Bizar en hoogst amusant. 
De wandeling brengt ons ook even langs het monument op de festivalweide voor de slachtoffers van vorig jaar, en we versnaperen met een Arabische tea en een zoet koekje vooraleer we eerder toevallig eigenlijk in de dancehall tegen Jakwob Liveaanlopen.  Een multi instrumentalist die tegenwoordig ergens tussen post-dubstep en minimalistische jazz lijkt rond te hangen.  Misschien ken je’m nog het best van 'Here With Me’, een single die hij op zijn eigen Boom Ting Recordings uitbracht een paar jaar geleden.  Of van zn remix van Ellie Goulding’s Under the Sheets.  Live alleszins een belevenis, de ouwe zak in ons hoort leuke flarden Peter Gabriel terwijl we eigenlijk meer Kano of Mista Jam dienen te horen.  Een aangename verassing.
Een ontdekking rijker vinden we het al iets minder erg dat in diezelfde Dance Hall straks Sebastian diende af te zeggen.

Band Of Skulls
Opnieuw Marquee voor Band Of Skulls, die makkelijk lijken te scoren bij een publiek dat niks anders had verwacht dan deze oerdegelijke show.  Hitjes (oa Death By Diamonds And Pearls en Friends) mooi op het einde van de set geplaatst, en voor de rest een act op het juiste moment in de juiste tent.  Geen oplawaai, maar degelijk.
Keane deden het even later beter dan verwacht op de mainstage.  Nog steeds rank en poppy, maar met veel meer hoeken en zelfs na twee cd ’s vol experimenten met het recente ‘strangeland’ terug aanknopend met hun vroegere zelf.  Live ook minder bitter dan tijdens hun vorige PkP passage,  het is een fris optreden, zelfs met de loden hitte die over de mainstage hangt.  Het bijna frivole positieve concert heeft dan ook dankzij afsluiter ‘Is It Any Wonder’ toch nog een heel sterk orgelpunt.  Tom Chaplin kan als geen ander een publiek bespelen, en je blijft, ook al ben je niet meteen een fan, toch gewoon staan.  Knap zonder meer.
Lykke Li
Voor de rest van de dag raken we niet meer bij die mainstage weg, dat krijg je als je een ouwe diehard Stone Roses fan bent.  Maar voor Brown en Manny op het podium verschijnen bekijken we eerst even of die mainstage niet wat te groot is voor de Zweedse Lykke Li.  Ze speelde haar debuut ‘Youth Novels’ al op PkP in 2OO8 en deed dat toen, zeer vroeg in de ochtend in een tentje, bijzonder knap.  Jaren later op de mainstage kon ze makkelijk bevestigen.  Weg was dat verlegen jong ding van toen, in de plaats stond een welliswaar fijn gestyleerde, maar ook ervaren performer.  Als je gedacht had dat het één lang wachten zou zijn op ‘I Follow Rivers’ zat je er naast.  Haar set boeide van de eerste tot de laatste seconde en eigenlijk kon het ons niet meer schelen of ze dat door de magician naar een hoger niveau getilde hitje, nog zou spelen of niet.  Ze deed dat uiteraard wel en liet het voorafgaan door een gestoorde versie van ‘Get Some’, bijna zoals ze dat vorig jaar bij Jools Holland liet horen.
Stone Roses
Veel meer dan een opwarmer voor de Stone Roses dus, al konden die wel wat opwarming gebruiken.  Zoals verwacht brachten ze een greatest hits set, met een beetje ‘Second Coming’, maar vooral veel uit die sufgehypte debuutplaat.  Ze openden bijna rommelig met I Wanna Be Adored, maar kwamen steeds beter in een lekker ritme.  Maid Of Stone, She Bangs The Drums, Waterfall etc… passeerden allemaal met verve.  Brow was redelijk bij stem, maar de band was gewoon in topvorm.  De gitaarpartijen klonken begeesterend, zelfs na al die jaren,  en bij Fools Gold dreef de hele zaak gewoon op perfectie.  Afsluiten deden ze met ‘I Am The Resurection’ en ook dat moment was pakkend.  Zo pakkend dat we na het concert gewoon zijn blijven staan voor nog een stuk dj set van Chase & Status.





Dag drie op PkP is meestal een moeilijke en met de temperaturen die men op zaterdag op ons losliet was de vermoeidheid van de twee voorgaande dagen nog’s dubbel zo zwaar.  We besloten onszelf een minder zwaar programma op te leggen en veel aan het waterinfuus te hangen.  Dat laatste lukte aardig, het eerste een stuk minder.
The Joy Formidable
We hadden willen openen met Coem in de Walblief tent maar het werd toch The Joy Formidable op de mainstage.  Hun eerste wapenfeit is het singletje ‘Austere’ in 2008.  Het Welsche drietal met eyecatcher Ritzy Bryan pompt de mainstage vol erotiek en adrenaline op het middaguur.  Ze putten gretig uit hun twee albums ‘A Balloon Called Moaning en The Big Roar’, al is dat eerste eigenlijk niet meer dan een ep.  Het is een band met een heel specifiek geluid, de ritmesectie leunt tegen een metalsound aan terwijl de gitaarpartijen heel effectgestuurd zijn.  Die combinatie laat onze haren rechtop staan voor een klein uur.  Hun performance is vlekkeloos en naar de strot grijpend.  Er loop natuurlijk vanalles mee, en jah, die effectjes verbloemen ook een heleboel  technische laagstandjes, maar hey zo mag het van ons hoor.  Straks staan op dit podium de Foo Fighters en die hebben genoeg ‘naturel’ bij.  ‘Austere, A Heavy Abacus, I Don’t Want To See You Like This en vooral Whirring’ maken van dit optreden voor ons het hoogtepunt van PkP 2.0.
Daughter
Als we meteen erna naar de Marquee afzakken voor Howler kan dat dan alleen maar minder zijn vreesden we.  Dat bleek ook, waarna we besloten het wat rustiger aan te doen bij Daughter bv in de club.  Elena Tonra was duidelijk verrast met zoveel belangstelling (een volle club) en was terecht een beetje bang dat haar ingetogen gitaarfolk het niet zou redden voor zulk een massa.  Toegegeven, deze band zie je beter in een donker concertzaaltje ergens op een duistere avond maar toch viel ze duidelijk op door haar talent.  Gezegend met een gouden stem en een uitstekende band moet dit ooit gaan lukken.

Jessie Ware
Het werd enkel maar warmer, en ja, we worden ook een dagje ouder, dus dachten we aan pauzeren.  Dat was buiten die fotografe gerekend waar we deze pukkelpop editie mee mochten doorbrengen.  Die had nl een tip voor me, en geen denken aan om die niet minstens te gaan uitchecken.  We hebben het over een ouwe backing vocaliste van oa Jack Penate die de perfectie van Sade kan benaderen.  Uiteraard is dan onze nieuwsgierigheid gewekt en we bleven in diezelfde club hangen waar Jessie Ware voor een twee hoogtepunt zorgde van deze PkP editie.  Ze maakt een soort van garage-soul-jazz waarvoor je met gemak in veertig graden hitte, koude rillingen blijft produceren.  Ze heeft een aanstekelijk singeltje gemaakt, vorig jaar ergens en dat heet ‘Running’.   Dat kan je ook terugvinden op haar al even aanstekelijke album ‘Devotion’.  Ook hier een bandje erbij waar men een prachtige nuance kan leggen.  Mocht je dit gemist hebben op Pukkelpop 2012, je kan herkansen in de AB op 24 november.  Een absolute aanrader.
We druipen letterlijk af richting mainstage voor All time Low, en de bandnaam mag daar meteen ook als bespreking gelden.  Toch maar even pauze dan, op het terrein, gek genoeg net op de plek waar we vorig jaar stonden toen die storm losbrak.  Uitgerekend daar ondergaan we de indrukwekkende minuut stilte.
We missen Bob Mould die ‘Copper Blue’ speelt dankzij een noodgedwongen pauze en besluiten de zaak niet meer te forceren en rond de mainstage te blijven kamperen. The Hives doen met verve wat ze altijd doen, ondanks de hitte en als even later de Black Keys het podium opstappen is er aan die mainstage al geen doorkomen meer aan.  We missen een pak bands omdat je geen meter meer vooruit kan door het nu al samengetroepte volk.  Het is een beetje balen maar er zit niets anders op. We hebben niet genoeg lettertjes op het polsbandje om achterdoor te kunnen naar de andere stages.

The Black Keys
De Black Keys zijn degelijk, maar ook niet meer dan dat.  Op Werchter in 2010 zagen we ze overtuigender en vooral lekkerder spelen.  Ondanks het feit dat 'El Camino’ een uitstekend album is deed het live erg weinig met me deze keer.  Was het dan echt die hitte ?  Of de anticipatie op Foo Fighters ?  Misschien inderdaad wel een klein beetje dat laatste toch.   Dat we duidelijk niet de enigen waren met dat gevoel bleek toen een half uur voor hun optreden de mainstage totaal volgelopen was.  Het werd geadverteerd op de lichtkranten, nooit eerder gezien op PkP. 
Foo Fighters
Een dikke twee uur Foo Fighters resulteerde in de ene muzikale high na de andere.  Ach, een mens mag een beetje fan zijn toch ?  Meteen bij opener White Limo zat het al goed, wat zeg ik goed ? Legendarisch goed, het stopte geen seconde meer.  Persoonlijke hoogtepunten waren ‘Walk’ en ‘These Days’ beiden uit Wasting Light, waar Dave Grohl bij These Days dan ook nog’s liet noteren dat ie een heel grote meneer is bij zijn tribute naar de slachtoffers van de storm vorig jaar.  Ze spelen een hele tijd niet meer live, vernamen we een week later, eigenlijk mag dat ook wel, zolang ze maar ooit terugkomen. Niet alleen als band, maar ook naar Pukkelpop.
Pukkkelpop 2.0 was gewoon een heerlijke, bijzonder fijne editie.  Misschien wel de leukste ooit. Vooral omdat het festival er opnieuw stond, omwille van de fijne sfeer.  Men meende het met die ‘so good to see you’.  Nog van dat volgend jaar graag.
(Andy Surleraux)