zaterdag 19 december 2015

Philip Catherine & Strings @ C-Mine Genk


Fotoverslag : Philip Catherine & Strings

Met : Philip Caterine
         Nicolas Fiszman
         Nicola Andrioli
         Philippe Aerts
         Hans Van Oosterhout
         Orchestre Royal De Chambre De Wallonie olv Frank Braley

Foto's en verslag op : Rootstime

zondag 15 november 2015

Elisa Waut @ Het Depot Leuven


Fotoverslag : Elisa Waut

Met : Elsje Helewaut, Hans Helewaut en Chery Derycke
Voorprogramma : All Things Automatic


Foto's en verslag op : Rootstime

donderdag 5 november 2015

vrijdag 23 oktober 2015

Luka Bloom @ C-mine Genk



Fotoverslag : Luka Bloom

Met : Luka Bloom
Voorprogramma : Byron Bay


Foto's en verslag op : Rootstime

donderdag 8 oktober 2015

Ibeyi @ AB Brussel


Fotoverslag : Ibeyi

Met : Naomi Diaz, Lisa-Kainde Diaz
Voorprogramma : Témé Tan

Foto's en verslag op : Rootstime

vrijdag 2 oktober 2015

Dez Mona @ AB club Brussel

Dez Mona - Origin
Fotoverslag : Dez Mona

Met : Gregory Frateur, Nicolas Rombouts, Tijs Delbeke, Roel Van Camp, Sjoerd Bruil, Steven Cassiers 

Foto's en verslag op : Rootstime

vrijdag 25 september 2015

Crosby, Stills & Nash @ Vorst Nationaal

CSN

Fotoverslag : Crosby, Stills & Nash

Met : David Crosby, Stephen Stills, Graham Nash

Foto's en verslag op : Rootstime

zaterdag 29 augustus 2015

Country Festival @ Abdijsite Sint-Truiden


Foto's en verslag in opdracht voor Rootstime

Volledige fotoverslag : Country Festival

Vrijdag 28 augustus 2015

De derde editie van het Countryfestival is twee weken vervroegd tov vorig jaar, en ze hebben zich teruggetrokken uit de idyllische bossen rond het Chateau de La Motte waar ze de twee vorige edities resideerden.  Nu zit je pal in het centrum van een Limburgse provinciestad, waar ze een kermis hebben, en een wekelijkse markt, pal rond de festivalsite. Parkeertechnisch geen evidentie, en een echt festivalgevoel ontbreekt in eerste instantie ook een ietwat.
Maar eens op de effectieve festivalsite, een ommuurd stukje abdijpark, met wat lokale fruitboompjes en middeleeuwse kasseipaadjes, komt dat toch wel een beetje terug. Niet in het minst omdat er een podium staat met over drie dagen verspreid een aantal bands die country brengen, maar ook tal van andere kruisbestuivingen, zodat het net zoals vorig jaar niet saai kan worden. Ook nog aanwezig, de houten dansvloer voor dat podium, blijft een uniek zicht, waar op gelinedanced kan worden. Valt wel te noteren dat die linedancers op vrijdag althans niet in dezelfde mate waren komen opdagen als vorige editie. Misschien vonden ze de weg niet , of stuurde de gps hen doelloos rond op zoek naar parking. We zitten in St Truiden, waar het fruit langzaam van de bomen begint te vallen, de zomer ook hier dit weekend nog één keer wil uithalen, en waar het geluid op het countryfestival meer dan uitstekend is. Want daar wil ik het toch zeker even over hebben, zonder aan product placement te willen doen kan je stellen dat Bose, die hier het geluid verzorgen, een bijzonder goede sound neerzetten. Ze deden dat vorig jaar ook al, bij wijze van experiment toen, om te researchen of hun product zou kunnen werken op een open air festivalletje. Nou dat bleek een voltreffer, en ik ben bijzonder verheugd dat ook dit jaar die firma hier een waar masterpiece heeft afgeleverd . We zitten dus , om dit even te duiden toch, tussen vier abdijmuren, en een trouwzaal en misschien ook nog een stukje school, maar duidelijk helemaal ingesloten. Toch, en dat mag wel enige verbazing wekken is er geen vervelende ‘kets’ van drumslagen bv, integendeel de sound zit over het hele terrein precies waar ie moet zitten. Dat, laat de festivalbeleving dan weer een heel stuk de hoogte in schieten.

The Bros. Landreth
Zoals bij The Bros. Landreth, Canadezen die erg mooie dingen lieten horen. Ze spelen voor het eerst in dit land, en kwamen van een Deens festival afgezakt. Afgaande op hun set zie ik hen dit land nog wel’s aandoen, en dan graag in een AB club ofzo. Ze spelen een mix van invloeden en genres die met momenten wel  aan country raken, maar verder veel meer flirten met gesofisticeerde blues en jawel hoor, fijne jazz. Zeker tijdens soleermomenten klinken ze jazzy, zelfs Steely Dan esque, zonder de magistrale beheersing van een Donald Fagan dan, maar goed, zulke streken daar hou ik wel van. Hun set is nooit rommelig, nooit vervelend, en laat je constant raden en zoeken naar hun invloeden. De band klinkt als Hendrix tijdens ‘The Wind Cries Mary’, maar dan met de stem van Lyle Lovett. Je zoekt een beetje naar de Americanaband zoals ze vaak omschreven worden, maar die valt dan alleszins niet op. Lijkt me ook moeilijk voor Canadezen om Americana te spelen. Maar het maakt hen niet uit in welk hokje men ze wil duwen, ze spelen songs die staan als huizen . We spotten Lynyrd Skynyrd, Doobie Bros. Dr. Hook en zelfs souldingetjes. En die stem, jah, ik verwacht ieder moment in zowat iedere song die ze spelen plots ‘She’s No Lady She’s My Wife’ te horen als afsluitzinntje van het nummer.

Cosmo's Foger-T
Fijn uurtje muziek op een vrijdagavond in het centrum van St Truiden, waar de appeltjes straks van de bomen gaan vallen, en waar Frankie Saenen, Scabs drummer, even later een best te pruimen CCR set brengt met Cosmo’s Foger-T. Ze openen met een stomende versie van ‘Born On The Bayou’, zowat mn favourite Creedence song, en laten verder alle CCR hits passeren in een smaakvolle interpretatie van de legendarische band. De grote man zelf leek heel even hier, tussen de abdijmuren en de trouwzaal. (as)



Zaterdag en zondag 29-30 augustus 2015



White Trash Dating Service
De country zaterdag resulteert meteen in een uh...hoogtepunt, we kijken in de late namiddag naar White Trash Dating Service. Die heeft men op een podium gezet op maar liefst 38 meter hoogte. De oude abdijtoren van St Truiden rijst statig boven de stad uit in de zinderende nazomerhitte. Geen plukje schaduw en de band dient hun materiaal 6 verdiepingen per trap naar boven te zeulen. Dat de humor ervan hen een ietwat ontgaat in eerste instantie is begrijpelijk. Maar muzikanten zetten dat van zich af en spelen. Koen Marcel Depreitere en bassist Jesse Lagiewka spelen trash versies van nummers van hun ouwe helden. Ze beperken zich niet tot country en aanverwante dingen maar laten ook Mötorhead’s ‘Ace Of Spades’ naast Johny Cash uit de (ook hier) Bose installatie schallen boven de kermisgeluiden uit. De kermis stoort heel even nog bij opener ‘Three Colours Black’ van Hank Williams Jr, maar als de lucht na de lange trapklim terug in hun longen zit blazen ze een dik uur stoom de lucht in. Het handjevol publiek wat de klim ook maakte kan het erg apprecieren en we zien zowaar een rondedansje ontstaan op grote hoogte.

We verlaten het best wel impressive duo om Ashton Lane te gaan bekijken op de acadamy stage.
Ashton Lane
Zeer fijne zaal, met een moeilijke akoestiek, maar opnieuw zorgt dat geluidssysteem voor een behoorlijke balans. De Schotse die een soort countrypop brengt doet dat met verve, ze is in het gezelschap van Graeme Duffin, de vroegere gitarist van het Schotse Wet Wet Wet. Samen bezochten ze Nashville eerder op het jaar, en het gebeurt wel vaker dat artiesten daar een heuse boost krijgen of gewoon helemaal herbronnen. Bij Ashton Lane lijkt dat zeker het geval , ze spelen een bijzonder sterke set, waarbij de stem van Esther O ‘Connor die van haar Ierse naamgenote dik het nakijken geeft. Eerlijke songs in een ingestudeerde , maar toch ook vrije verpakking. D’r mag al’s een pling langs zitten of onaangekondigd in een nummer verschijnen. Een korte uitwisseling van een glimlach lost dat meteen op. Ze spelen met een heerlijke beheersing en maken dit uurtje gewoon hemels. Het is absoluut frustrerend deze top muzikanten te zien spelen voor een handjevol mensen. Als je deze band ergens tegenkomt, ga ze bekijken, geen seconde zal eraan verspild zijn.


John & Jonathan Joris
Op Zondag zien we kort na de middag John Joris samen met zijn zoon Jonathan een ook weer veel te kort uurtje geweldige dingen doen in het academie zaaltje. Ze spelen bewust niet uit zijn cd ‘Songs From The Mok’, maar dragen wel een nummer op aan Derol Adams, de man die dat cd inspireerde, en eigenlijk samen schreef met Joris. Adams is er intussen niet meer, en het moment van zijn overlijden liet John beslissen om dat cd , wat ze allebei al een hele tijd wilden maken, alsnog uit te brengen. Zonder Adams helaas, maar John maakte er een bijzonder knap eerbetoon van.
Live op het Countryfestival brach hij eigen nummers, hij gewapend met een acoustic guitar, en Jonathan legde daar wonderbaarlijk mooie electrische efecten en soundtapijtjes over. Vader en zoon zijn twee begenadigde gitaristen, zoveel is duidelijk. John is een uitstekende songschrijver die nu pas debuteerde met een eerste cd, maar dat hadden er al heel veel meer mogen zijn.
We gaven je een paar hoogtepunten mee van de derde editie van het Countryfestival, wat een beetje geplaagd werd dit jaar door moeilijke omstandigheden. De locatie is niet ideaal, en ook de kalenderpositie hadden we graag ergens begin september gehouden. Dan heb je geen last van een kermis, een versmarkt en heb je minder concurrentie van andere festivals. Muzikaal viel er gelukkig wel opnieuw veel te ontdekken , en je zag iedere dag wel minstens één echt exellent act.  De uitdrukking ‘parels voor de zwijnen’ borrelt op, en dat hebben we niet zo graag.  Er moet toch ergens in de buurt van Sint-Truiden een frisse weide liggen waar zoveel lekkers beter tot zijn recht komt.  (as)






zaterdag 22 augustus 2015

Pukkelpop 2015 @ Kiewit Hasselt



The Hickey Underworld


Foto's en verslag voor OOR : Pre-party - Dag 1 - Dag 2 - Dag 3

Meer beelden op : PkP2015


Donderdag 20 augustus 2015
Iedereen weet dat de eerste koffie van de dag een opkikker moet zijn. Het recept van Bad Breeding*** bewaar je echter toch best voor hele moeilijke momenten. Grof gemalen Big Black noise bij drie scheppen koffie per tas, iets in die aard. Straf concert, maar dat kunnen maar een tweehonderd aanwezigen bevestigen. Na een half uur - dus vlugger dan voorzien - is het al voorbij. Een uitdagende wandeling door het publiek door de zanger en gitaarsmijten naar aloude punktraditie sluiten de set af. Dit smaakt naar meer.

Mountain Bike**** kan als eerste dat “meer” invullen. Deze voorlopig nog onbekende Brusselaars staan met hun fietsen op een vierarmenkruispunt tussen sixties poprock a la The Troggs en Beach Boys, late seventies dingen zoals The Clash en Undertones en een zijweg die constant de nodige gitaarfuzz injecteert. Voeg daar de nodige freaky foute outfits aan toe en je wil gewoon beginnen meefietsen. In de gaten houden!

Een heel korte doortocht in de Wablief?! bewijst dat de vettigste kost op het terrein vandaag door Sha-La-Lees*** geserveerd wordt. Zelfs festivalfrietjes moeten hiervoor onderdoen. Gecontroleerde powerblues van een heel mooi niveau.


STUFF
Strand of Oaks*** wordt op handen gedragen vanaf de eerste noten. Een volle Club is getuige van de appreciatie voor de steun van Ayco Duyster en Eppo Janssen omwille van de vele opnames in de Duyster playlists. De band groeit tijdens het concert en dat zien we met plezier gebeuren.
Gedurende vier dagen vormt Pukkelpop in feite een stad in een stad met ongeveer evenveel aanwezigen (festivalbezoekers, artiesten, vips en medewerkers samengeteld) als heel Hasselt. De bundeling van al die typische stadsgeluiden in één soundscape heet in zo’n geval Stuff!****. Ronduit schitterend hoe chaos,  individualiteit en tempowisseling via gebalde elektronische jazzfunk kan samensmelten tot een meeslepende urban sound.

George Ezra*** vertelt vlotte reisverhalen die hij afwisselt met vrij poppy weerspiegelingen van ontmoetingen in diverse steden. Benieuwd of hij ooit iets over deze passage op Pukkelpop zal schrijven. De begeleiding is strak maar bijna constant in de schaduw. De Marquee lust er in elk geval vlot pap van.
Ook noemenswaardig zijn Future Islands*** en DjangoDjango*** in de Club en Zornik*** in de Wablief?!. Pissed Jeans* in de Shelter en vooral Interpol** in de Marquee stellen teleur. De eerste wegens te rommelig, de tweede omwille van een te grote poenpakkerij-attitude.


Seasick Steve
De Mainstage tenslotte maakt vandaag ook minder indruk. Enkel Seasick Steve****is groots. The Last Internationale* klinkt even uniek als die bekende hamburger met kaas. Heel sporadisch denken we aan Concrete Blonde, maar dan houdt het zowat op. Linkin Park** tenslotte doet gewoon zijn verwachte ding als headliner inclusief een waardige topact-show.(Dirk Schuermans)
Mew
 Mew *****zijn het die me op de eerste ‘echte’ dag ook het eerste echte kiekenvlees bezorgen.  Niet van de eerste noot, want die klonk nog even vals, het geluid zat niet in balans, en ook de songkeuze rechtvaardigde geen opening.  Een song als ‘witness’  zet niet meteen een baken dat de rest van het concert kan sturen, daarvoor is ie wat te a-typisch voor Mew. Ook Satellites en Special komen niet helemaal tot hun recht omdat het nog even zoeken is naar de juiste geluidsbalans, maar ‘Zookeepers boy’ zet meteen alles recht.  De stem van Jonas Bjerre gaat naar falset hoogte en blijft de rest van de set topgeluid produceren. De band is nu ook helemaal mee en laat met ‘the night believer’ een razende Cocteau Twins reverb gieren. De Denen spelen een veel, maar dan ook veel te korte set in de pukkelpop club, en dit snakt gewoon naar meer, en als die bassist zo op dreef blijft de komende maanden speur je met plezier de concertlijsten van West Europa af om dit in een full show te zien. Festivalsets zijn fijn, maar vaak veel te kort. Nauwelijks drie kwartier is gewoon te weinig.
Nathalie Prass
Eerder op de dag passeren we bij Nathalie Prass****, en ook hier dezelfde vaststelling, te kort. Ze vliegt op een tiental nummers door zoveel genres dat het even niet duidelijk lijkt wat ze nu wil ? Ze fluctueert wel moeiteloos van rauwe blues met een country randje naar nightclubby jazzy dingetjes, en dat om twee uur in de namiddag. Dit had heus wat later mogen staan, maar ach, dit is pukkelpop, je moet zoveel lekkers op die paar podia drammen dat je onmogelijk alles perfect op zn plaats kan zetten. Nathalie Prass nodigde dus duidelijk uit naar meer, naar een groter podium op dit festival bv, een Marquee plek, met wat meer speeltijd , zou zeker te rechtvaardigen zijn bij een volgende editie. Want spannend is dit wel, (as)
 
Vrijdag 21 augustus 2015

Waarom is Pukkelpop zo vaak een uitzondering op de regel dat een festival openen moeilijk is? Mon-O-Phone***** toont meteen dat hun tweede cd 'Escapism' niet alleen staat als een huis, maar dat de zweverige indie synthpop live meer dan voldoende ruimte laat voor magistrale spielereien. De keuze om zich door twee drummers/percussionisten te laten ondersteunen is zeer geïnspireerd. Ook de invloed van de producer van o.a. Fever Ray werpt duidelijk vruchten af. Soms heeft de Kiewitse ochtendstond echte verrassingen in de mond.
Radkey* hadden we op voorhand aangestipt als niet te missen. Na drie nummers noteren we echter een totaal gebrek aan authentieke punkattitude. "Dit is toch niet te stout hé mama?", overgoten met een hipster saus en compleet foute dresscode. Een punknummer kan wel perfect volgens arrangement gespeeld worden, maar dat kan elk orkest. Een echte punk vindt nog altijd dat "Gabba gabba hey" iets echter en vooral cooler klinkt dan "Nanana".
Ought*****zet me tijdens het eerste nummer heel even op het verkeerde been. De rest van de set kan echter zo de geschiedenisboeken in als een van de topconcerten van Pukkelpop. De geest van The Fall, Sonic Youth, vroege Lou Reed en een vleugje The Feelies vormen samen een unieke Canadese indierock mix die nog heel lang zal nazinderen.
Mini Mansions*** is moeilijk onder een noemer samen te brengen. De drie leden brengen elk een indrukwekkend cv mee. De bassist bijvoorbeeld maakt ook deel uit van de huidige line up van Queens of the Stone Age. Freewheelend en schijnbaar moeiteloos freewheelen de heren tussen o.a. psychedelische pop, eighties en glamrock. Een sterke cocktail die constant verbaast. Knap.
Fat White Family***** staat op het podium van de Wablief?! dank zij een geniale suggestive van Mauro Pawlowski. De muzikale bovenkamer van die mijnheer zal ooit nog wel eens uitgroeien tot een wetenschappelijk onderzoeksproject, zowel qua eigen muziekproducties als de invloeden waarop hij zich baseert. “Ik volg die dingen gewoon”, is zijn eenvoudige uitleg hiervoor. We horen hoe Arcade Fire in een blender samen met The Cramps en gekruid met scheutjes Virgin Prunes en een vleugje Jim Morrison on chemicals. Dit is muziek voor gevorderden, en het vereist de nodige volharding om te blijven staan. Maar een bijna volle tent gaat heel vlot mee in het eindresultaat.
Tussendoor zien we in de Castello hoe Låpsley*** heel broze, mooie dingen probeert te doen tegen een helaas zeer storende achtergrond van Boiler-gebonk. Het minimalisme van The XX en consoorten gecombineerd met de fijne popdeuntjes van London Grammar horen we liever eens opnieuw in een intiemere setting (Botanique, AB, Koninklijk Circus?). Jammer dat dit geen plekje heeft gekregen in de Club, waar Pukkelpop historisch gezien al vaker heel grote dingen heeft zien gebeuren. Dit zou er in de toekomst zo eentje kunnen zijn.

FFS
Helemaal aan het einde van de lange tweede dag zien we nog hoe de Marquee twee keer bijna ontploft. De eerste keer bij FFS de samenwerking tussen Franz Ferdinand en Sparks. Omdat we door andere keuzes te weinig zelf van dit concert hebben kunnen zien, geven we geen sterren. Maar we geloven graag die massa die tot een stuk buiten de tent stond te huppelen dat het dik in orde was.
Wel zelf gezien is hoe bij The Parov Stelar Band**** het dak eraf gaat. Een zeer aanstekelijke mengeling van charleston, swing en techno met een glamoureuze big band uitstraling en vooral beresterke muzikanten. Mooi voorbeeld trouwens van hoe de wisselwerking tussen een band en het Pukkelpop-publiek heel snel crescendo kan gaan aan beide kanten. Pukkelpop weet zijn originele feestmuziek nog altijd goed te kiezen.
(Dirk Schuermans)


Zaterdag 22 augustus 2015
Mons door de ogen van Alice in the Roof**** (Castello) blijkt helemaal anders dan enige officieel bericht van die stedelijke persdienst. Teder, breekbaar en heel herkenbare realiteit: het lijkt alsof de 20-jarige zangeres net gebroken heeft met de liefde van haar leven en direct daarna het belangrijkste optreden ooit moet spelen. En tussendoor haar eigen pijn in stilte proberen te verwerken. Blijdschap met een heel donker uitgelopen mascara-randje, dansbaar en intiem tegelijk. Nog een Belgische band om in de gaten te houden.
Statue***is nog zo’n Belgisch product voor de toekomst. Volledig instrumentaal maar “schoon lawijt” volgens curator Stijn Meuris, die de groep een plek aanbood in de Wablief?!. Stijn heeft overschot van gelijk, stellen we tevreden vast. Het geheim van deze piepjonge zevenkoppige lawaaimakers? Vanaf het tweede of ten laatste het derde studiejaar elke ochtend zelfgesmeerde boterhammetjes met gepureerde Mogwai of Godspeed You Black Emperor.

Dolomite Minor** doet in de Club op hetzelfde onchristelijk vroege uur een Black Box Revelation-achtig ding met iets meer power. Niet slecht, maar we hadden gehoopt dat dit de resterende prut uit onze ogen en oren zou kunnen verjagen. Hetzelfde geldt voor Slaves** in de Marquee. Twee gasten in ontbloot bovenlijf en met de typisch Britse arrogantie van voetbal hooligans proberen de geest van oude Billy Bragg te koppelen aan de unieke stijl van de tientallen Britse punkbands van eind jaren ’70. Leuk om even naar te kijken en herinneringen op te halen, maar niet meer dan dat.

I
Pond
n de Club demonstreert Pond**** dat steengoeie psychedelische indiepop tegenwoordig uit Australië komt. De groep toont dat de nummers van de overigens zeer knappe zesde cd ‘Man it feels like space again’, die in het voorjaar verscheen, live heel vlot overeind blijven.

In 2008 mochten The Subways***1/2 de Main stage al eens openen. Helaas is de populariteit van de jonge punkrockers sindsdien niet spectaculair toegenomen. Ze laten wel duidelijk blijken dat ze live nog niet aan hun plafond zitten. De oudere nummers (vooral uit debuutcd ‘Young for eternity’ mag je intussen klassiekers beginnen noemen, alleen jammer dat de laatste cd niet helemaal meekan met dit niveau. Maar daarover lees je meer in het parcours van Andy.
Hoe meer volk, hoe meer kabaal moet de drijfveer zijn van The Manchester Orchestra**** (Marquee). Amerikaanse indierock doet het goed in Europa, dat blijkt vandaag nog maar eens. Denk aan een snoeiharde versie van Death Cab for Cutie of Filmschool, maar dan met een typische ‘My Velouria’ (Pixies) gitaarlijn er doorheen geweven. ‘Cope’ is de vierde cd van de band die vandaag met de nodige decibels gepromoot wordt. Wie op dat moment van de namiddag nog altijd niet goed wakker is, denkt misschien dat de voorbije nacht The Shelter en The Marquee-tenten stiekem van plaats verwisseld zijn. Echte liefhebbers oordelen dat dit zeker voor herhaling vatbaar is.

Pukkelpop is helaas elk jaar kiezen en daardoor verliezen. Van Viet Cong zien we helaas enkel het tien minuten durende laatste nummer. Te weinig om helemaal in de sfeer te geraken van wat een van de hoogtepunten van Pukkelpop blijkt – niveau Ought (zie donderdag). Damn! Daarom geen sterren.
Die zijn er wel voor Son Lux***. Enorm gevarieerd, diep putten uit de geheimen van de free jazz en een aangename portie electronica eronder. Jonge gasten die de juiste mosterdpotten langs hun bed hebben staan. En muzikaal een aangenaam rustpunt vormen in deze toch wel strak besnaarde dag.

Tame Impala
Psychedelisch beïnvloede indiepop is alom vertegenwoordigd in deze editie van Pukkelpop. Tame Impala*** komt ook uit Australië en stond vijf jaar geleden al eens in de Club, maar is intussen uitgegroeid tot een goed draaiende hitmachine. Een volle Marquee laat zich heel vlot meevoeren door de bijhorende show met typisch psychedelische projecties en lichteffecten. Dit is een open sollicitatie voor een plek tussen de topgroepen.
Wie zich hiervan niks aantrekt is Clubafsluiter Ride****1/2. Pukkelpoppers van de eerste jaren hebben dit concert al maanden in hun agenda aangeduid. Net zoals Slowdive vorig jaar biedt Pukkelpop een reünieconcert van een indie/shoegaze groep die niemand ooit nog op een podium verwacht had. Vergelijk het met die ene single malt whisky waar je met plezier twintig jaar voor langs het vat gaat zitten. Een meer dan waardige afsluiter voor mijn traject.(Dirk Schuermans)
The Subways
Het is al bloedheet als de Britse  The Subwaysop dag drie de mainstage openen om kwart over één.  Het handjevol  fans dat zich verzamelde voor dat gigantisch podium ziet meteen een trio onder stoom hun set openen met ‘We Don’t Need Money To Have A Good Time’, niet meteen hun beste nummer maar de snelle basslijn van Charlotte Cooper tilt de opening meteen naar een interessant niveau. Met vaart gespeeld en plots lijkt men de weg te vinden naar de mainstage.  ‘Shake Shake’ volgt meteen en heeft dezelfde uitnodigende draagkracht.  Zanger/gitarist Billy Lunn is in tegenstelling tot vroegere ervaringen plattitude vrij in zijn communicatie met het publiek en slaagt er ondanks de vroege omstandigheden meteen in om zowat iedereen aan boord te hijsen wegens goesting en intussen ook veel meer speelervaring. So far so good, maar een sterk begin hebben we al een aantal keer zien  resulteren in een mager middenstuk bij The Subways. Hoe hard Charlotte ook  met middelpuntvliedende basskracht heen en weer zwaait met haar in glitterjurkje gestoken lichaam, telkens ze een song spelen die niet uit hun debuut ‘Young For Eternity’ komt zakt niet alleen het tempo van de set, maar ook de publieke belangstelling. Van actieve deelname is bij songs als ‘Good Times’ (huidige single) en ‘Kiss Kiss Bang Bang’ bv nauwelijks nog wat te merken. Het is daarom des te opvallender dat zodra ‘Mary’ en zeker even later ‘Rock’n Roll Queen’ worden ingezet de intussen toch al massa makkelijk terug uit zn dak gaat.
Ze hebben gelukkig een klein best off setje voor pukkelpop in elkaar gestoken, en nog voor ze ‘Oh Yeah’ laten besluiten hebben ze de hele mainstage op de grond laten zitten, om ze even later uitgelaten terug recht te laten veren, volksmennerij met alllure, want het werd entertaining maar nooit platjes.
Fijn setje van een band die ik al sinds 2005 in mijn hart meedraag, maar ik moet zelf toegeven dat hun plaatwerk behalve dat van teenage angst uitpuilende ‘Young For Eternity’, eigenlijk weinig overtuigend is. Maar live blijft sentiment, en een beetje met weemoed terugdenken aan de eigen teenage jaren. Benieuwd of de vijfde langspeler volgend jaar ergens wat maturiteit kan laten zien, of tenminste enige progressie. (****) (as)
Top 3 (Dirk Schuermans)
       1)     Ought (vrijdag – Club)
       2)     Ride (zaterdag – Club)
       3)     Fat White Family (vrijdag – Wablief?!)
Belgen top 3 (Dirk Schuermans)

      1)     Mon-O-Phone (vrijdag – Club)
      2)     Alice on the Roof (zaterdag – Castello)
      3)     Mountain Bike en Stuff (beide donderdag – Wablief?!)
 

vrijdag 31 juli 2015

Suikerrock 2015 @ Tienen

Magnus
Foto's en verslag in opdracht voor Rootstime

Friends day
 
Het zag er fris uit deze vrijdagavond, je zou denken dat ze bij Suikerrock zijn gaan shoppen of iets in die aard. Heel de stad ziet er op zn minst een beetje feestelijk uit, nieuwe kleuren, een totaal nieuw concept, en vooral die nieuwe look. Na het dipje van vorig jaar was er een frisse wind nodig misschien wel. We vragen meteen verduidelijking aan organisator Walter Kestens, wat zeggen we ? , aan een dolenthousiaste Walter Kestens.  “De nadruk ligt meer dat ooit op het principe van een belevingsfestial” legt hij uit, er is een heus foodtruckparcours door de stad, een volwaardig tweede dancepodium, en als testcase op deze vrijdag een acoustic stage. “Als die stage vandaag werkt willen we daar volgende editie graag een vervolg aan breien” stelt Walter verder. De man glundert als hij de nieuwe aanpak uitgebreid toelicht, en eerlijk, de eerste kennismaking met dit nieuwe Suikerrock smaakt best lekker.
Charlie Winston

Morgen meer hierover, vandaag eerst naar het hoofdpodium, waar Charlie Winston om half zeven opent met een vrolijke deun, het hitje ‘Lately’ ken je wel, en laat dat nu meteen de toon zetten voor een behoorlijke ok set. Winston is een Brit, die welliswaar zijn successen in Frankrijk makkelijker lijkt te behalen dan in eigen land. Een principe dat dus niet enkel voor coureurs lijkt te gelden.  Hij tourde ooit met Peter Gabriel, en heeft diens stemgeluid gewoon na die tour meegenomen. Als je in de pressroom naast het podium gewoon naar zn set luistert dan zou je bij momenten zweren dat de grote Gabriel twee meter verder staat te zingen. Muzikaal zijn hun werelden echter behoorlijk verschillend, terwijl Gabriel gewoon groots is in het Gabriel zijn en zich tot geen enkel genre hoeft te beperken, het mag ook moeilijk, opteert Winston eerder voor het lichtere werk. Het mag ook makkelijk, happy en een beetje los uit de pols. Dit doet overigens geen afbreuk aan zn live performance, hij entertaint makkelijk en heeft al snel die toch vaak moeilijke Tiense markt mee.  Het gebeurt trouwens ook niet vaak dat bij een Suikerrock openingsact zoveel volk staat. Fijn en fris begin, zoals het festival  new look het waarschijnlijk bedoeld heeft.

Een entertainer is James Walsh van Starsailor niet meteen, wel een zeer begenadigd zanger. De 
Starsailor
man’s vocalen doen denken aan Gregory Frateur, een gelijkaardig timbre en ook high pitched hoekig uithalend. De set is eerder nightclubby te noemen, misschien minder geschikt voor een groot podium, maar solliciteert wel naar uw bezoek aan een avondje Starsailor in de AB ofzo. De band heeft zichzelf net zoals Suikerrock een totaal nieuw profiel aangemeten. De Britpop van weleer is er helemaal uit, blijven over : knappe songs, zonder poeha. De domme beslissingen van jaren terug, zoals samenwerken met Phil Spector voor ‘Slilence Is Easy’ en een ook niet zo schitterende overname door John Leckie, lijken vergeten.  Walsh heeft een uitstekend humeur bij en staat zowat de hele set te smilen en uitstekend te zingen. De hitjes blijven net buiten de setlist in eerste instantie wat het geheel nog ontwapenender maakt. Ze durven zelfs twee nieuwe songsnippets uitproberen , nog nooit gerepeteerd en voor het eerst op een podium.  Walsh probeert zijn gebrek aan entertain kunsten wat te verbloemen door een paar meezingmomenten uit te lokken, maar het publiek zingt beduidend slechter dan de man, misschien maar zo laten dan. Walsh mist geen enkele noot, zn toetsenist wel een paar, en dat valt meteen op. Maar de band bedekt dat al glimlachend naar elkaar met een mantel van overklaarbare liefde. Ze schoten in een niet onbezoedeld verleden al ooit minder met elkaar op. Na een tiental nummers volgt dan uiteindelijk toch ‘Tell Me It’s Not Over’ in wel een poppy versie, waardoor het optreden nu wat vaart krijgt. Het eerdere geflirt met Jazz is fijn, maar niet voor een festivalpodium van dit formaat. Starsailor is een band die we bijna vergeten waren, die zelf ook een tijd de zaak voor bekeken hielden , maar vorig jaar terug het vuur vonden. Goeie zaak, want dit is een fijne band, al blijkt die voornamelijk nog steeds gedragen te worden door de hemelse vocalen van Walsh. Afsluiten deden ze in Tienen oa met een grootse versie van ‘Silence Is Easy’, een van de weinige Phil Spector nummers die ooit het gelijknamige album effectief haalden. Geen Spector bombast gelukkig op het Tiense podium, maar lekker rauw en eerlijk. Fijn concert.
Novastar
Tweede keer Novastar dan deze zomer, en dr komt nog minstens één andere keer aan. Zweegers begon solo, net zoals in Genk met ‘The Best Is Yet To Come’. In Genk was dat inderdaad zo, in Tienen nou net iets minder. Hij was duidelijk niet zo goed bij stem als op Genk On Stage een maand geleden. Het was wachten tot ‘Lost And Blown Away’ vooraleer zijn keel in vorm was. We noteren nauwelijks echte hoogtepunten, al zijn Novastar songs wel meer dan gewoon ok uiteraard. De set was nogal vlak echter, ondanks het feit dat zeker tijdens het eerste kwartier de band veel meer rocky klonk. Dat laatste is een beetje in tegenspraak met de songs helaas, dus leek iets minder te werken. Misschien dat de muzikantenwissels ook niet echt tot coherentie wil leiden. Hij wisselt live nogal vaak van bezetting , zo speurden we hier het podium af naar Pascal Deweze bv, maar die bleek een snipperdag te hebben.  De magic komt  slechts af en toe naar boven, meestal als hij achter de Rhodes kruipt en zijn vingers over toetsen laat glijden. Dan zingt ie ook beter blijkbaar. “Where Did We Go Wrong” ziet even later zn magic intro in flauw gitaarspel verwateren tot een eerder snel afgehaspeld riedeltje. Vocaal zit het intussen al wat beter, maar de lat ligt beduidend lager dan dat beklijvend concert in Genk. Het mocht wat minder rommelig, maar we geven herkansing binnen een paar weken op Pukkelpop.
Anouk
Over afsluiter Anouk wil ik kort zijn. Ik hou niet zo van über-produced dingen op een podium. Want echt veel meer is het bij haar live gigs nooit. Het is Hollandse popmuziek, die naast blues en rock’n roll gelegen heeft, en helaas nooit al te erg erdoor besmet werd. Het is gewoon nooit wat het zou kunnen zijn. Ze zingt dan wel toonvast, maar haar stem laat nooit die echte kwelling, die pure emotie weerklinken die nodig is om de zaak authentiek te maken. Het is teveel productie en te weinig echt. Ik wil ze niet van fake verdenken, maar wat vandaag op het podium stond was redelijk banale powerpop, een genre welig tierend in Nederland, en dat hebben ze daar nooit afgeleerd. We zullen wellicht muzikaal nooit met elkaar kunnen opschieten, misschien dat we wel kunnen koffiekletsen als ouwe wijven. Maar dan gaan we het niet hebben over roots, drama, blues, hel en verdoemenis en de Nederlandse top 40. We willen immers geen hommeles. (AS)

Saturday

Dag twee op Suikerrock, en na een goed uurtje al meteen stevige opwinding. Niet in de vorm van openers Willow,

Wollow
want dat klonk een beetje als een verkouden versie van U2 met een Coldplay virus, maar wel met The Van Jets. Zeer stevig openend, en na twee nummers al goed voor een hoogtepunt op deze Suikerrock editie met een waanzinnige versie van ‘Electric Soldiers’.  Opener ‘Welcome To Strange Paradise’ liet al verstaan dat het menens zou worden met dit optreden.  Geen enkel dipje in een vlekkeloze set van een van de fijnste live acts van dit land. Ik zie ze graag op grote podia, je merkt meteen dat deze band dat aankan, de Verschaeve broeders zijn zowel ritmisch als 
The Van Jets
vocaal een drijvende kracht, zet daar dan nog een uitstekende gitarist en bassist bij en je hebt een act waar wij als Belgen echt wel trots op mogen zijn. Tijd ook dat ze dit in andere landen mogen gaan doen. Geef deze band het budget van Muse bv en ze laten Matt Bellamy een poepje ruiken.  

The ubs

Tijd voor een festivaltip : nooit een frietje steken voor een optreden van The Subs en dan in de frontstage gaan zitten. Je krijgt een schoolvoorbeeld van recyclage zo. Nog een tip zou kunnen zijn die Subs echt niet op een mainstage te parkeren om half zeven . Kwestie van things not making a lotof sense. De waanzinnig overbodige bassdreun maakt misschien ergens na middernacht op een dancestage de nodige indruk, maar op dit uur hier is dat een beetje alsof je een koe wil laten bevallen met een student moderne esthetica als vroedvrouw.  Als laatste illustratie misschien vermelden dat alle journalisten en fotografen in de pressroom zelfs indoor hun oorbescherming dragen.  De schaal van richter slaat tilt, en die Subs doen behalve bassgeluiden door de westelijke helft van Vlaams Brabant sturen heus nog wel dingen, maar die zijn er niet uit te halen,  het is liplezen, maar we vermoeden dat Kol. Abrams ‘I’m trapped’ ergens verborgen zat in het uh... openingsnummer.  Straks als we onze hartritmestoornissen onder controle hebben staat hier Magnus, ook met bass, maar die zal dan wel veel fijner ingebouwd zijn en de rest niet hoeven te camoufleren.



Magnus
In Tienen valt intussen de avond, er cirkelen reeds vleermuizen rond de kathedraal. The Sisters of Mercy staan dan ook bijna op het podium. Maar eerst een uurtje pur genieten met Magnus, waar de stevige basslijn ook prominent aanwezig is, maar die is functioneel, en niet storend. Barman mikt raps en dark chanson-esque zanglijnen in de richting van een geboeid publiek. Tim Vanhamel strooit daar fijne gitaarlikjes over  uit als waren het miniscule suikerklontjes.  Soms hoor je stukjes Jesus Jones, zowat de pioniers van electronica in combinatie met fijn gitaarspel, en soms gaat dat heel jazzy weer over in hoekige rock sneren. Magnus speelt een groots optreden, ‘Jumpneedle’ en ‘French Movies’ krijgen iedere knie opof  de markt in beweging. Beheersing waar het moet, en letting go waar dat kan, en CJ Bolland als bindmiddel. Dit is misschien wel een van de beste gigs van de zomer, zo eentje waar alles perfect klopt, geen snuif poeha te zien is, en  geen seconde verveelt.  Mijn buurman in het publiek kon het niet treffender samenvatten : “Dit niveau haalt K3 morgen bepaald niet” lacht ie terwijl zijn linkeroorplug uit zijn oor ploept en op de Tiense kasseien valt.
 
The Sisters Of Mercy
Het wil natuurlijk wat zeggen als de Japanse b-film die je bij je optreden projecteert een stuk spannender is dan de effectieve gig. The Sisters of Mercy, een band die ooit de eighties in brand staken met weltschmerz gothic post punk, zijn in 2015 nog slechts een parodie van zichzelf. Andrew Eldritch ziet er tegenwoordig meer uit als Kid Coco van de wel tijdig ter ziele gegane Dinky Toys. Het symbool van een generatie, wat hij was, verbergt zich veel liever in de dampen van de rookmachine dan zijn loodzware dragende stem te gebruiken zoals dat zou moeten. Opener ‘More’ verzuipt in de veel te harde drummachine, het gitaarspel bij ‘Alice’ (een nummer normaal net zo spannend als de verpakking van de lingerieset van K3) laat de lead gitaar gewoon computergewijs meelopen. Zo krijg je de spankracht van een knolselder op leeftijd. ‘The First The Last And Always’ kan er even mee door omdat Eldritch daar wel even vocaal wil uithalen. Je wil heel even geloven wat je ziet, maar helaas is die Japanse b-film compilatie op de schermen opnieuw veel interessanter. ‘Dominion’ komt helemaal niet uit de verf, en ik hou mn hart vast voor ‘Lucretia My Reflection’ wat nog gespeeld moet worden. Ik zag ze hier in Tienen een paar jaar geleden nog, en ook toen zat de klad er al goed in. De laatst keer dat de band me kon inspireren dateert van het Spring festival in Genk, en dat moet ergens medio jaren tachtig geweest zijn. De Duitsers waren alleszins nog niet zo heel lang weg. Ik bedoel maar, soms is het echt wel tijd om de drummachine aan de haak vast te nagelen en te gaan fietsen ofzo.

Oscar And The Wolf
Okay, tijd voor een superlatiefje, Oscar And The Wolf hebben een jaar de tijd gehad om een show in elkaar te steken. Operatie geslaagd. Wat ze op Suikerrock lieten zien was van het hoogste niveau. Een goeie productie is fijn, maar dan hoort er ook een fijn live act bij, en je kan best stellen dat een en ander hier niet enkel maticuleus is uitgewerkt, maar dat één die gast kan zingen, en twee de rest van de band duidelijk doorheeft hoe ze hun muziek live dienen te brengen. Hoogtepunt ‘Your Mine’ zonder twijfel, waar enkel het vuureffect een beetje cheap overkomt, wegens seriously passé, maar de song is geweldig, zeer ingetogen gelanceerd, en net genoeg extatisch waar dat moest. Het is geen makkelijke band omwille van de zanglijn, maar als je die in songs zoals ‘Joaquim’, ‘Vitamins’ en ‘Distress’ kan plaatsen dan drijf je mee . Als ik nog’s een lange autorit door Europa plan, dan mag Oscar en ook de wolf mee om te concerteren in de autospeakers. Een redelijk fantastische afsluiter van een tweede dag waar de omgeving waarin de foodtrucks stonden opgesteld lekker geurde naar rare Chileense hotdogs, Zuid Franse Pannekoeken en meer fraais. Waar het weer ook meewilde, en waar 3 bands het festival naar een hoog niveau tilden.  Morgen familiedingetjes en uiteraard het allerlaatste K3 concert.


U?!?


Family Day



Kapitein Winokio
K3
De derde Suikerrock dag is traditioneel al family gericht, maar deze editie nog meer, een hele Nederlandstalige line-up voor een compleet uitverkochte Tiense markt.
Kapitein Winokio mocht opwarmen, voor zover dat nog nodig was bij bijna tropische temperaturen, in zn eigen stijl, en deed dat zoals altijd voortreffelijk. Maar de kindermassa was zelden zo groot als bij K3, waar de koters zelfs in de frontstage dienden gezet omdat er gewoon geen plaats meer was. Eigenlijk de allerlaatste keer K3 in deze bezetting, wat de volkstoeloop misschien wel kan verklaren. Hun product, dat is gekend, is af, fijn geproduced, uitstekende muzikanten en drie uh...meiskes, die de kindermassa bedreven een uurtje top entertainment bezorgen. De vaders staren ongegeneerd naar Josje en de kinderen op hun schouders zingen het hele K3 repertoire mee. Je kan bijna spreken van een waarlijk historisch moment, want het is voor het laatst K3 old style.


Nielson
Yevgueni

Nielson, ster aan het Nederlandse uitspansel, brengt wat flauwe deuntjes en is blij met het goede weer. Laten we dus even wachten op Yevgueni Die brengen een beetje een luisterset, met wat gezellige accentjes, ideaal voor dit publiek op dit uur, fijn mee te pikken als je toch op Clouseau staat te wachten. Die staan hier een uurtje later al voor de tiende keer, net zoals hun bijzonder talrijk opgekomen fans waarschijnlijk. Ook hier is het eerder het verwachte werk, een set die op veilg speelt, maar in deze genres is experimenteren ook een beetje not done, en toch ook een degelijke portie kwaliteit neerzet.

Clouseau
Misschien was dit zelfs hun beste passage ooit hier. ‘Anne’ klinkt acoustic best fris nog na al die jaren, en ook songs als opener ‘Ziel’ en ‘Oogcontact’ laten een fijne indruk achter. Het marktplein mag even helemaal losgaan bij ‘Vonken En Vuur’ en blijft het vuur erin houden tot en met afsluiter ‘En Dans’. Goeie passage alweer, maar eigenlijk had ik niks anders verwacht, het zou me verbazen mocht deze band de laatste tien jaar ergens ook maar één slecht concert gespeeld hebben. Vakmanschap is en blijft meesterschap.
Marco Borsato
Dat zal heus ook wel zo zijn bij headliner Marco Borsato, maar dit heeft me een te hoog natte handdoek gehalte. Alles klopte op dat podium, en hij bespeeld de massa met duidelijk plezier, enkel mag ik geen enkel song van’m,  maar gelukkig voor hem dachten bijna 20.000 man op de Tiense markt daar anders over, en ik gun het hem ook van harte hoor. Ondanks het feit dat hij ‘Je Hoeft Niet Naar Huis Te Gaan’ inzet pak ik mn biezen voor deze editie. Suikerrock 2015 was een voltreffer, na het dipje van de afgelopen jaren ben ik best blij dat dit festival weer op de kaart staat. Het is een fijne organisatie die over drie dagen heel wat muziekfans over talloze genres heen een fijn menu serveerden, en niet alleen muzikaal, want het nieuwe culinaire aspect wat er dit jaar bijkwam valt ook in de smaak. Graag tot volgend jaar hier.

Dank Jullie Wel K3 !!!