vrijdag 31 juli 2015

Suikerrock 2015 @ Tienen

Magnus
Foto's en verslag in opdracht voor Rootstime

Friends day
 
Het zag er fris uit deze vrijdagavond, je zou denken dat ze bij Suikerrock zijn gaan shoppen of iets in die aard. Heel de stad ziet er op zn minst een beetje feestelijk uit, nieuwe kleuren, een totaal nieuw concept, en vooral die nieuwe look. Na het dipje van vorig jaar was er een frisse wind nodig misschien wel. We vragen meteen verduidelijking aan organisator Walter Kestens, wat zeggen we ? , aan een dolenthousiaste Walter Kestens.  “De nadruk ligt meer dat ooit op het principe van een belevingsfestial” legt hij uit, er is een heus foodtruckparcours door de stad, een volwaardig tweede dancepodium, en als testcase op deze vrijdag een acoustic stage. “Als die stage vandaag werkt willen we daar volgende editie graag een vervolg aan breien” stelt Walter verder. De man glundert als hij de nieuwe aanpak uitgebreid toelicht, en eerlijk, de eerste kennismaking met dit nieuwe Suikerrock smaakt best lekker.
Charlie Winston

Morgen meer hierover, vandaag eerst naar het hoofdpodium, waar Charlie Winston om half zeven opent met een vrolijke deun, het hitje ‘Lately’ ken je wel, en laat dat nu meteen de toon zetten voor een behoorlijke ok set. Winston is een Brit, die welliswaar zijn successen in Frankrijk makkelijker lijkt te behalen dan in eigen land. Een principe dat dus niet enkel voor coureurs lijkt te gelden.  Hij tourde ooit met Peter Gabriel, en heeft diens stemgeluid gewoon na die tour meegenomen. Als je in de pressroom naast het podium gewoon naar zn set luistert dan zou je bij momenten zweren dat de grote Gabriel twee meter verder staat te zingen. Muzikaal zijn hun werelden echter behoorlijk verschillend, terwijl Gabriel gewoon groots is in het Gabriel zijn en zich tot geen enkel genre hoeft te beperken, het mag ook moeilijk, opteert Winston eerder voor het lichtere werk. Het mag ook makkelijk, happy en een beetje los uit de pols. Dit doet overigens geen afbreuk aan zn live performance, hij entertaint makkelijk en heeft al snel die toch vaak moeilijke Tiense markt mee.  Het gebeurt trouwens ook niet vaak dat bij een Suikerrock openingsact zoveel volk staat. Fijn en fris begin, zoals het festival  new look het waarschijnlijk bedoeld heeft.

Een entertainer is James Walsh van Starsailor niet meteen, wel een zeer begenadigd zanger. De 
Starsailor
man’s vocalen doen denken aan Gregory Frateur, een gelijkaardig timbre en ook high pitched hoekig uithalend. De set is eerder nightclubby te noemen, misschien minder geschikt voor een groot podium, maar solliciteert wel naar uw bezoek aan een avondje Starsailor in de AB ofzo. De band heeft zichzelf net zoals Suikerrock een totaal nieuw profiel aangemeten. De Britpop van weleer is er helemaal uit, blijven over : knappe songs, zonder poeha. De domme beslissingen van jaren terug, zoals samenwerken met Phil Spector voor ‘Slilence Is Easy’ en een ook niet zo schitterende overname door John Leckie, lijken vergeten.  Walsh heeft een uitstekend humeur bij en staat zowat de hele set te smilen en uitstekend te zingen. De hitjes blijven net buiten de setlist in eerste instantie wat het geheel nog ontwapenender maakt. Ze durven zelfs twee nieuwe songsnippets uitproberen , nog nooit gerepeteerd en voor het eerst op een podium.  Walsh probeert zijn gebrek aan entertain kunsten wat te verbloemen door een paar meezingmomenten uit te lokken, maar het publiek zingt beduidend slechter dan de man, misschien maar zo laten dan. Walsh mist geen enkele noot, zn toetsenist wel een paar, en dat valt meteen op. Maar de band bedekt dat al glimlachend naar elkaar met een mantel van overklaarbare liefde. Ze schoten in een niet onbezoedeld verleden al ooit minder met elkaar op. Na een tiental nummers volgt dan uiteindelijk toch ‘Tell Me It’s Not Over’ in wel een poppy versie, waardoor het optreden nu wat vaart krijgt. Het eerdere geflirt met Jazz is fijn, maar niet voor een festivalpodium van dit formaat. Starsailor is een band die we bijna vergeten waren, die zelf ook een tijd de zaak voor bekeken hielden , maar vorig jaar terug het vuur vonden. Goeie zaak, want dit is een fijne band, al blijkt die voornamelijk nog steeds gedragen te worden door de hemelse vocalen van Walsh. Afsluiten deden ze in Tienen oa met een grootse versie van ‘Silence Is Easy’, een van de weinige Phil Spector nummers die ooit het gelijknamige album effectief haalden. Geen Spector bombast gelukkig op het Tiense podium, maar lekker rauw en eerlijk. Fijn concert.
Novastar
Tweede keer Novastar dan deze zomer, en dr komt nog minstens één andere keer aan. Zweegers begon solo, net zoals in Genk met ‘The Best Is Yet To Come’. In Genk was dat inderdaad zo, in Tienen nou net iets minder. Hij was duidelijk niet zo goed bij stem als op Genk On Stage een maand geleden. Het was wachten tot ‘Lost And Blown Away’ vooraleer zijn keel in vorm was. We noteren nauwelijks echte hoogtepunten, al zijn Novastar songs wel meer dan gewoon ok uiteraard. De set was nogal vlak echter, ondanks het feit dat zeker tijdens het eerste kwartier de band veel meer rocky klonk. Dat laatste is een beetje in tegenspraak met de songs helaas, dus leek iets minder te werken. Misschien dat de muzikantenwissels ook niet echt tot coherentie wil leiden. Hij wisselt live nogal vaak van bezetting , zo speurden we hier het podium af naar Pascal Deweze bv, maar die bleek een snipperdag te hebben.  De magic komt  slechts af en toe naar boven, meestal als hij achter de Rhodes kruipt en zijn vingers over toetsen laat glijden. Dan zingt ie ook beter blijkbaar. “Where Did We Go Wrong” ziet even later zn magic intro in flauw gitaarspel verwateren tot een eerder snel afgehaspeld riedeltje. Vocaal zit het intussen al wat beter, maar de lat ligt beduidend lager dan dat beklijvend concert in Genk. Het mocht wat minder rommelig, maar we geven herkansing binnen een paar weken op Pukkelpop.
Anouk
Over afsluiter Anouk wil ik kort zijn. Ik hou niet zo van über-produced dingen op een podium. Want echt veel meer is het bij haar live gigs nooit. Het is Hollandse popmuziek, die naast blues en rock’n roll gelegen heeft, en helaas nooit al te erg erdoor besmet werd. Het is gewoon nooit wat het zou kunnen zijn. Ze zingt dan wel toonvast, maar haar stem laat nooit die echte kwelling, die pure emotie weerklinken die nodig is om de zaak authentiek te maken. Het is teveel productie en te weinig echt. Ik wil ze niet van fake verdenken, maar wat vandaag op het podium stond was redelijk banale powerpop, een genre welig tierend in Nederland, en dat hebben ze daar nooit afgeleerd. We zullen wellicht muzikaal nooit met elkaar kunnen opschieten, misschien dat we wel kunnen koffiekletsen als ouwe wijven. Maar dan gaan we het niet hebben over roots, drama, blues, hel en verdoemenis en de Nederlandse top 40. We willen immers geen hommeles. (AS)

Saturday

Dag twee op Suikerrock, en na een goed uurtje al meteen stevige opwinding. Niet in de vorm van openers Willow,

Wollow
want dat klonk een beetje als een verkouden versie van U2 met een Coldplay virus, maar wel met The Van Jets. Zeer stevig openend, en na twee nummers al goed voor een hoogtepunt op deze Suikerrock editie met een waanzinnige versie van ‘Electric Soldiers’.  Opener ‘Welcome To Strange Paradise’ liet al verstaan dat het menens zou worden met dit optreden.  Geen enkel dipje in een vlekkeloze set van een van de fijnste live acts van dit land. Ik zie ze graag op grote podia, je merkt meteen dat deze band dat aankan, de Verschaeve broeders zijn zowel ritmisch als 
The Van Jets
vocaal een drijvende kracht, zet daar dan nog een uitstekende gitarist en bassist bij en je hebt een act waar wij als Belgen echt wel trots op mogen zijn. Tijd ook dat ze dit in andere landen mogen gaan doen. Geef deze band het budget van Muse bv en ze laten Matt Bellamy een poepje ruiken.  

The ubs

Tijd voor een festivaltip : nooit een frietje steken voor een optreden van The Subs en dan in de frontstage gaan zitten. Je krijgt een schoolvoorbeeld van recyclage zo. Nog een tip zou kunnen zijn die Subs echt niet op een mainstage te parkeren om half zeven . Kwestie van things not making a lotof sense. De waanzinnig overbodige bassdreun maakt misschien ergens na middernacht op een dancestage de nodige indruk, maar op dit uur hier is dat een beetje alsof je een koe wil laten bevallen met een student moderne esthetica als vroedvrouw.  Als laatste illustratie misschien vermelden dat alle journalisten en fotografen in de pressroom zelfs indoor hun oorbescherming dragen.  De schaal van richter slaat tilt, en die Subs doen behalve bassgeluiden door de westelijke helft van Vlaams Brabant sturen heus nog wel dingen, maar die zijn er niet uit te halen,  het is liplezen, maar we vermoeden dat Kol. Abrams ‘I’m trapped’ ergens verborgen zat in het uh... openingsnummer.  Straks als we onze hartritmestoornissen onder controle hebben staat hier Magnus, ook met bass, maar die zal dan wel veel fijner ingebouwd zijn en de rest niet hoeven te camoufleren.



Magnus
In Tienen valt intussen de avond, er cirkelen reeds vleermuizen rond de kathedraal. The Sisters of Mercy staan dan ook bijna op het podium. Maar eerst een uurtje pur genieten met Magnus, waar de stevige basslijn ook prominent aanwezig is, maar die is functioneel, en niet storend. Barman mikt raps en dark chanson-esque zanglijnen in de richting van een geboeid publiek. Tim Vanhamel strooit daar fijne gitaarlikjes over  uit als waren het miniscule suikerklontjes.  Soms hoor je stukjes Jesus Jones, zowat de pioniers van electronica in combinatie met fijn gitaarspel, en soms gaat dat heel jazzy weer over in hoekige rock sneren. Magnus speelt een groots optreden, ‘Jumpneedle’ en ‘French Movies’ krijgen iedere knie opof  de markt in beweging. Beheersing waar het moet, en letting go waar dat kan, en CJ Bolland als bindmiddel. Dit is misschien wel een van de beste gigs van de zomer, zo eentje waar alles perfect klopt, geen snuif poeha te zien is, en  geen seconde verveelt.  Mijn buurman in het publiek kon het niet treffender samenvatten : “Dit niveau haalt K3 morgen bepaald niet” lacht ie terwijl zijn linkeroorplug uit zijn oor ploept en op de Tiense kasseien valt.
 
The Sisters Of Mercy
Het wil natuurlijk wat zeggen als de Japanse b-film die je bij je optreden projecteert een stuk spannender is dan de effectieve gig. The Sisters of Mercy, een band die ooit de eighties in brand staken met weltschmerz gothic post punk, zijn in 2015 nog slechts een parodie van zichzelf. Andrew Eldritch ziet er tegenwoordig meer uit als Kid Coco van de wel tijdig ter ziele gegane Dinky Toys. Het symbool van een generatie, wat hij was, verbergt zich veel liever in de dampen van de rookmachine dan zijn loodzware dragende stem te gebruiken zoals dat zou moeten. Opener ‘More’ verzuipt in de veel te harde drummachine, het gitaarspel bij ‘Alice’ (een nummer normaal net zo spannend als de verpakking van de lingerieset van K3) laat de lead gitaar gewoon computergewijs meelopen. Zo krijg je de spankracht van een knolselder op leeftijd. ‘The First The Last And Always’ kan er even mee door omdat Eldritch daar wel even vocaal wil uithalen. Je wil heel even geloven wat je ziet, maar helaas is die Japanse b-film compilatie op de schermen opnieuw veel interessanter. ‘Dominion’ komt helemaal niet uit de verf, en ik hou mn hart vast voor ‘Lucretia My Reflection’ wat nog gespeeld moet worden. Ik zag ze hier in Tienen een paar jaar geleden nog, en ook toen zat de klad er al goed in. De laatst keer dat de band me kon inspireren dateert van het Spring festival in Genk, en dat moet ergens medio jaren tachtig geweest zijn. De Duitsers waren alleszins nog niet zo heel lang weg. Ik bedoel maar, soms is het echt wel tijd om de drummachine aan de haak vast te nagelen en te gaan fietsen ofzo.

Oscar And The Wolf
Okay, tijd voor een superlatiefje, Oscar And The Wolf hebben een jaar de tijd gehad om een show in elkaar te steken. Operatie geslaagd. Wat ze op Suikerrock lieten zien was van het hoogste niveau. Een goeie productie is fijn, maar dan hoort er ook een fijn live act bij, en je kan best stellen dat een en ander hier niet enkel maticuleus is uitgewerkt, maar dat één die gast kan zingen, en twee de rest van de band duidelijk doorheeft hoe ze hun muziek live dienen te brengen. Hoogtepunt ‘Your Mine’ zonder twijfel, waar enkel het vuureffect een beetje cheap overkomt, wegens seriously passé, maar de song is geweldig, zeer ingetogen gelanceerd, en net genoeg extatisch waar dat moest. Het is geen makkelijke band omwille van de zanglijn, maar als je die in songs zoals ‘Joaquim’, ‘Vitamins’ en ‘Distress’ kan plaatsen dan drijf je mee . Als ik nog’s een lange autorit door Europa plan, dan mag Oscar en ook de wolf mee om te concerteren in de autospeakers. Een redelijk fantastische afsluiter van een tweede dag waar de omgeving waarin de foodtrucks stonden opgesteld lekker geurde naar rare Chileense hotdogs, Zuid Franse Pannekoeken en meer fraais. Waar het weer ook meewilde, en waar 3 bands het festival naar een hoog niveau tilden.  Morgen familiedingetjes en uiteraard het allerlaatste K3 concert.


U?!?


Family Day



Kapitein Winokio
K3
De derde Suikerrock dag is traditioneel al family gericht, maar deze editie nog meer, een hele Nederlandstalige line-up voor een compleet uitverkochte Tiense markt.
Kapitein Winokio mocht opwarmen, voor zover dat nog nodig was bij bijna tropische temperaturen, in zn eigen stijl, en deed dat zoals altijd voortreffelijk. Maar de kindermassa was zelden zo groot als bij K3, waar de koters zelfs in de frontstage dienden gezet omdat er gewoon geen plaats meer was. Eigenlijk de allerlaatste keer K3 in deze bezetting, wat de volkstoeloop misschien wel kan verklaren. Hun product, dat is gekend, is af, fijn geproduced, uitstekende muzikanten en drie uh...meiskes, die de kindermassa bedreven een uurtje top entertainment bezorgen. De vaders staren ongegeneerd naar Josje en de kinderen op hun schouders zingen het hele K3 repertoire mee. Je kan bijna spreken van een waarlijk historisch moment, want het is voor het laatst K3 old style.


Nielson
Yevgueni

Nielson, ster aan het Nederlandse uitspansel, brengt wat flauwe deuntjes en is blij met het goede weer. Laten we dus even wachten op Yevgueni Die brengen een beetje een luisterset, met wat gezellige accentjes, ideaal voor dit publiek op dit uur, fijn mee te pikken als je toch op Clouseau staat te wachten. Die staan hier een uurtje later al voor de tiende keer, net zoals hun bijzonder talrijk opgekomen fans waarschijnlijk. Ook hier is het eerder het verwachte werk, een set die op veilg speelt, maar in deze genres is experimenteren ook een beetje not done, en toch ook een degelijke portie kwaliteit neerzet.

Clouseau
Misschien was dit zelfs hun beste passage ooit hier. ‘Anne’ klinkt acoustic best fris nog na al die jaren, en ook songs als opener ‘Ziel’ en ‘Oogcontact’ laten een fijne indruk achter. Het marktplein mag even helemaal losgaan bij ‘Vonken En Vuur’ en blijft het vuur erin houden tot en met afsluiter ‘En Dans’. Goeie passage alweer, maar eigenlijk had ik niks anders verwacht, het zou me verbazen mocht deze band de laatste tien jaar ergens ook maar één slecht concert gespeeld hebben. Vakmanschap is en blijft meesterschap.
Marco Borsato
Dat zal heus ook wel zo zijn bij headliner Marco Borsato, maar dit heeft me een te hoog natte handdoek gehalte. Alles klopte op dat podium, en hij bespeeld de massa met duidelijk plezier, enkel mag ik geen enkel song van’m,  maar gelukkig voor hem dachten bijna 20.000 man op de Tiense markt daar anders over, en ik gun het hem ook van harte hoor. Ondanks het feit dat hij ‘Je Hoeft Niet Naar Huis Te Gaan’ inzet pak ik mn biezen voor deze editie. Suikerrock 2015 was een voltreffer, na het dipje van de afgelopen jaren ben ik best blij dat dit festival weer op de kaart staat. Het is een fijne organisatie die over drie dagen heel wat muziekfans over talloze genres heen een fijn menu serveerden, en niet alleen muzikaal, want het nieuwe culinaire aspect wat er dit jaar bijkwam valt ook in de smaak. Graag tot volgend jaar hier.

Dank Jullie Wel K3 !!!

  
 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten